Muskus- en beverrattenbeheer moet door


Het beheer van de muskus- en beverratten blijft ook in deze moeilijke tijden noodzakelijk. De dieren kunnen met hun gegraaf in korte tijd enorm veel schade aanrichten aan oevers en dijken. Door het hoge water in de winter zijn veel uitstaande vangmiddelen weggespoeld, waardoor de muskus- en beverratten zich hebben kunnen verspreiden. Het wordt alles bij elkaar een heel karwei om de populatie de aankomende periode onder controle te houden.

Herman Berkhof coördineert bij ons waterschap het beheer van de muskus- en beverratten. Hij is met zijn mannen dagelijks in het veld te vinden. Ze werken ook in tijden van corona aan veilige watergangen. “Het is wel lastig werken nu,” geeft Herman aan. “Door de Coronacrisis kunnen we in het veld niet meer samenwerken en gezamenlijke speuracties mogen niet meer. Ook het samen in het veld een bakkie doen of samen lunchen is er niet meer bij. Dat missen we wel.”

Maar we mogen niet klagen vindt hij. “Het is in deze onwezenlijke tijd een voorrecht dat we nog steeds aan het werk mogen en kunnen zijn. We voeren onze werkzaamheden weliswaar aangepast uit, maar we behouden grotendeels de structuur in ons dagelijks leven. We moeten wel extra aandacht besteden aan persoonlijke hygiëne. Bij ons werk hebben we namelijk minder mogelijkheden om onze handen veelvuldig met zeep te wassen.”

Het is overigens niet zo dat de mannen hun werk helemaal in eenzaamheid verrichten. “We gaan wel alleen het veld in,” zegt Herman, “maar we zijn daar vaak niet alleen. We zien veel wandelaars en fietsers onderweg die een frisse neus halen. Helaas houden ze niet allemaal de richtlijn van 1,5 meter afstand aan. Dat is weleens moeilijk. En jammer genoeg worden er ook veel vangmiddelen gestolen. Dat is frustrerend, omdat we ons werk zo goed mogelijk proberen uit te voeren onder deze moeilijke omstandigheden.“

“Zoals ik al zei, we zijn blij dat we ons werk kunnen doen. Maar mijn mannen en ik hopen natuurlijk dat deze vervelende tijd met het coronavirus snel afgelopen zal zijn. Laten we daarom allemaal samen onze verantwoordelijkheid nemen en elkaar helpen,” sluit Herman af.