Het laagste punt is achter de rug, droogte nog niet voorbij

Gepubliceerd op 4 oktober 2019

De afgelopen dagen kenmerkten zich door lange perioden met regen. Het weerstation Twenthe heeft in enkele dagen circa 75 millimeter neerslag geregistreerd. Dit komt overeen met de maandgemiddelde som van neerslag voor de maand oktober. Ook in het noorden van ons beheergebied is veel regen gevallen, tot wel 55 millimeter in een paar dagen tijd.

Als gevolg van deze aanzienlijke hoeveelheid regen is voor het weerstation Twenthe het neerslagtekort – dat is de maat die we gebruiken om de droogte te meten – stevig teruggelopen.

Op 20 september was het tekort aan neerslag 301 millimeter, terwijl het op 1 oktober was gedaald naar 212 millimeter. Voor het weerstation Hoogeveen is in deze periode het neerslagtekort gezakt van 289 millimeter naar 206 mm. Met de neerslag van de afgelopen dagen en de forse afname van het neerslagtekort is de droogte echter nog niet voorbij. Zeker op de hoger gelegen zandgronden blijven de grondwaterstanden nog achter bij wat normaal is voor de tijd van het jaar. Voor verder herstel is (nog) meer neerslag nodig, die gestaag gedurende een langere periode valt.

Grondwaterniveau stijgt

De ruime hoeveelheid neerslag heeft wel bijgedragen aan het stijgen van de grondwaterstand. Daarmee laten we, naar verwachting, de laagste grondwaterstanden van het jaar 2019 achter ons. In de snel reagerende grondwatersystemen zien we het effect van de vele regen direct terug en is lokaal de grondwaterstand in korte tijd met tientallen centimeters gestegen. In de trager reagerende grondwatersystemen (zoals de diepere grondwaterstanden op de hoge zandgronden) is de neerslag deels terug te zien. De verwachting is dat we de komende dagen ook hier het effect van de vele neerslag terug zullen zien in de vorm van een langzame stijging van de grondwaterstand. Maar voor een verdere stijging naar normale waarden is, zoals gezegd, meer neerslag nodig.

Naast de overvloedige neerslag speelt ook mee dat de gewassen in deze tijd van het jaar minder behoefte hebben aan water. Gecombineerd zien we dat we daardoor minder water hoeven aan te voeren naar de gebieden waar we dat kunnen. In de gebieden waar we geen water naartoe kunnen brengen, proberen we waar mogelijk de gevallen neerslag zo goed mogelijk vast te houden. Zo kan het beter de grond in zakken naar het grondwater en leggen we ook weer een voorraad aan.

Slim omgaan met water
Want de afgelopen zomerperiode heeft net als de zomer van 2018 weer eens duidelijk gemaakt dat het, zeker in het oosten van ons land, steeds belangrijker wordt slim om te gaan met water. Het veranderende klimaat zorgt voor extremer weer. We ervaren langere periodes van droogte, maar krijgen ook te maken met meer intense hoosbuien, waarbij er in korte tijd lokaal veel regen valt.
Omdat we in het grootste deel van ons gebied voor de aanvoer van water afhankelijk zijn van regen, is het belangrijk om dat ‘kostbare’ water op te vangen en te bewaren als het valt. We kunnen dan een stevige voorraad aanleggen voor als het een tijd droog is. Natuurlijk zullen we er voor zorgen dat we wateroverlast door te veel water tegengaan en we het water ook ‘gewoon’ snel genoeg afvoeren. Slim omgaan dus met water!

Wat kunnen we zelf doen

Het waterschap onderzoekt samen met agrariërs, landschapsorganisaties en andere partners mogelijkheden om beter te anticiperen op de droogteproblematiek. Het gaat dan onder meer met het toepassen van ‘slimme stuwen’, de ontwikkeling van knijpduikers (die waterafvoer vertragen), het opbrengen van organisch materiaal op het land (dat werk als een spons) en het hergebruiken van gezuiverd rioolwater. Maar ook inwoners kunnen een steentje bijdragen. Bijvoorbeeld door de regenpijp af te koppelen van het riool en een regenton te gebruiken, of een vijver als wateropvang zodat het water vandaar de grond in kan zakken. En natuurlijk kan het ook letterlijk, door de stenen uit de tuin te halen en er grind of groen voor terug te plaatsen.