Neerslagtekort en grondwaterstand – update 30 oktober


Door de regen van de afgelopen weken, is het neerslagtekort in ons gebied verder gedaald. Het relatief koude regenwater zorgt bovendien voor een lagere temperatuur van het oppervlaktewater, waardoor de kans op problemen met de waterkwaliteit is afgenomen. Omdat ook het groeiseizoen nu voorbij is en de watervraag vanuit landbouw en natuur afneemt, trekken wij het oppervlaktewateronttrekkingsverbod voor openbare vijvers in stedelijk gebied en het grondwateronttrekkingsverbod rondom kwetsbare, grondwaterafhankelijke natuurgebieden ten zuiden van de Overijsselse Vecht per 1 november 2020 in.

Dit betekent niet dat er zondermeer met oppervlaktewater beregend mag worden in ons beheergebied. Want de standaard beregeningsregeling blijft gewoon van kracht. Hierin is onder andere bepaald dat alleen oppervlaktewater onttrokken mag worden als de eerste benedenstrooms gelegen stuw nog water afvoert.

Neerslagtekort

Ondanks de regen van afgelopen weken is er nog steeds sprake van een groot neerslagtekort en lage grondwaterstanden op de hoge zandgronden in ons beheergebied. Op weerstation Twenthe is het neerslagtekort nu 254 mm. Gemiddeld (over de jaren 1987-2019) ligt het tekort daar rond deze tijd van het jaar op ca. 50 mm. Op weerstation Hoogeveen ligt het neerslagtekort nu op 162 mm. Gemiddeld is dat tekort daar rond deze tijd rond de 25 mm. De exacte neerslaghoeveelheden zijn onzeker en kunnen lokaal sterk verschillen. De meetstations geven een beeld van de lokale omstandigheden.

We blijven de situatie nauwlettend in de gaten houden en hebben hierover contact met onze collega-waterschappen en landbouw- en natuurorganisaties. De komende maanden richten we ons op het veilig vasthouden van zoveel mogelijk water. Samen met onze partners en inwoners dragen we zo bij aan het verdere herstel van de grondwaterstanden.

Zomer- en winterpeil

Vechtstromen hanteert een zomer- en een winterpeil. In de zomer staat de klep van de stuw over het algemeen hoog om veel water vast te kunnen houden in de droge tijd. En in de winter staat de klep van de stuw doorgaans laag om ervoor te zorgen dat de vele regen die in de winterperiode valt weg kan. Dat is nu anders. Veel van onze stuwen staan nog steeds in een hoge stand, waardoor de waterstanden relatief hoog zijn. Dit doen we om ervoor te zorgen dat er meer water vanuit de watergang in de bodem wordt geduwd. Ook zorgt de relatief hoge waterstand in de watergang voor ‘tegendruk’, zodat regenwater dat in de bodem is doorgedrongen niet zo eenvoudig weer richting de sloot kan wegstromen. Onze stuwen staan alleen in een hoge stand in gebieden waar dat nodig is en qua risico op wateroverlast ook mogelijk is. Dit zijn over het algemeen de bekende hogere zandgronden en gebieden waar de grondwaterstand nog steeds laag is.

Maaien

Tussen 1 mei en 16 november maaien we de onderhoudspaden en de bodems en oevers van onze waterlopen. De belangrijkste reden om te maaien is het schoon houden van de watergangen. Zo kunnen we beter water aan- en afvoeren. Bij de maaiwerkzaamheden houden we zoveel mogelijk rekening met natuur en biodiversiteit. We hanteren strakke regels om te voorkomen dat we schade toebrengen aan plant en dier. Ook van de gebruikers van onze onderhoudspaden verwachten we dat zij zich aan de regels houden en hart hebben voor de mooie omgeving waarin ze wandelen. Dus gooi geen afval in de natuur en houd uw hond aangelijnd.


Alle informatie over neerslagtekort

droog2

Intrekking verbod op onttrekkingen

Per 1 november zijn de in de zomer in gestelde onttrekkingsverboden ingetrokken.