Hoe houden we rekening met flora en fauna?


Maaiperiodes

In de periode van 1 juni tot en met 16 november maaien we de bodem en de waterkanten (de zogenoemde taluds) van de sloten, vaarten en beken die we in beheer hebben. Daarnaast hebben we onderhoudspaden langs deze sloten, vaarten en beken liggen. De onderhoudspaden zijn nodig om met ons materieel langs de waterkant te kunnen komen. Deze onderhoudspaden maaien we al eerder dan 1 juni, namelijk vanaf 1 mei. Dit doen we uit oogpunt van veiligheid. Op het moment dat de bodem en de taluds worden gemaaid kan de maaier goed zien waar het onderhoudspad ophoudt en het talud (dat schuin afloopt naar de watergang) begint, omdat het onderhoudspad al eerder was gemaaid.

Onze bredere onderhoudspaden die in weidevogelgebieden liggen laten we in de periode tussen 1 mei en 15 juni ongemoeid. Voor smalle paden in weidevogelgebieden vindt er eerst een veldcheck plaats op broedvogels in periode 1 mei – 15 juni om het broeden niet te verstoren.

Natuurwaarden behouden

Voor flora en fauna vormen de begroeiing in sloten en langs waterkanten vaak een aantrekkelijke leefomgeving. Bij het maaien, dat nodig is voor een goede aan- en afvoer van water, spannen we ons in om rekening te houden met natuurwaarden. Dit doen we onder meer met de flora- en faunakaart die via een app beschikbaar is voor onze maaiers. Op deze kaart is zichtbaar waar welke beschermde flora en fauna langs onze watergangen zitten.

Alle aannemers krijgen aan het begin van maaiseizoen een toolbox met uitleg hoe om te gaan met flora en fauna. Daarnaast krijgen ze ook onze praktische handleiding waarin een stappenplan staat hoe om te gaan met bijvoorbeeld een nest die op het onderhoudspad zit. Tevens zijn wij op verschillende plekken bezig om stroken in te zaaien voor bijen en vlinders.

We hanteren bij het maaien een gedragscode die is ontwikkeld vanuit de Unie van Waterschappen en die is gericht op de bescherming van flora en fauna. En uiteraard volgen we de Wet Natuurbescherming. Waar mogelijk maaien we delen van een watergang niet. Bijvoorbeeld de ene kant wel en de andere kant niet. Het deel dat niet wordt gemaaid blijft aantrekkelijk voor flora en fauna.

Uitzonderingen

Onder invloed van weersomstandigheden kan het nodig zijn om ons maaibeleid aan te passen, bijvoorbeeld door eerder of later te maaien, zodat een goede aan- en afvoer van water geborgd is in situaties waarin het erg nat of erg droog is.