De nieuwe uitgangspunten


Is één van de onderstaande punten van toepassing, dan komt een watergang (oppervlaktewaterlichaam) in aanmerking voor de legger.

  1. Oppervlaktewater (open water, meren, rivieren, sloten e.d.) in het landelijk gebied met een maatgevende afvoer vanaf 20 liter/seconde, uitgaande van een gebiedsgedifferentieerde afvoercoëfficiënt;
  2. Oppervlaktewater in het stedelijk gebied (incl. glastuinbouwgebieden) met een maatgevende afvoer vanaf 5 liter/seconde, uitgaande van een afvoercoëfficiënt van 2,5 l/s/ha;
  3. Oppervlaktewater in het landelijk gebied (incl. glastuinbouwgebieden) met een maatgevende aanvoer vanaf 20 liter/seconde, uitgaande van een uniforme aanvoercoëfficiënt van 0.4 l/s/ha;
  4. Oppervlaktewater in het stedelijk gebied dat een functie vervult in de watervoorziening (doorspoeling/peilhandhaving; geen aanvoernorm);
  5. Rijksgrensvormende of rijksgrens overschrijdend oppervlaktewater;
  6. Oppervlaktewater benedenstrooms van een gemeentelijke lozing of benedenstrooms van een lozing vanuit een publieke RWZI;
  7. Retentievoorzieningen die onder normale omstandigheden watervoerend zijn en in verbinding staan met de rest van het (oppervlakte) watersysteem;
  8. Oppervlaktewater met een beleidsmatig aangemerkte, bijzondere waterhuishoudkundige functie;
  9. Oppervlaktewater dat bestemd is voor het (periodiek) omleiden van water;
  10. In uitzonderingsgevallen waarin een oppervlaktewater op enigerlei andere wijze van groot belang is voor het vervullen van de doelstellingen van het waterschap.

Zienswijze leggerwijziging

Met diverse leggerwijzigingen wordt het nieuwe onderhoudsbeleid, sinds 2017, uitgevoerd. Inmiddels zijn er 115 zienswijzen van grondeigenaren binnengekomen en in 47 gevallen heeft dit tot aanpassingen van de legger geleid. De laatste leggerwijzing voor 11 kilometer kleine sloten in met name in het Drentse deel van ons werkgebied is onlangs gestart. De betrokken grondeigenaren zijn hierover met een brief geïnformeerd en kunnen vanaf 15 juni 2018  tot en met 26 juli 2018  een zienswijze in te dienen.

Beleidsnota omvang en onderhoud watersysteem

In april 2017 heeft het dagelijks bestuur het nieuwe beleid vastgesteld met een overgangsperiode van drie jaar. Hiertegen kan geen beroep meer worden ingediend.

Hoe moet ik het onderhoud gaan uitvoeren?

De bodem van sloten maaien als er water in staat, vraagt om speciaal materieel. Veel kleine sloten vallen echter perioden droog. U kunt de sloot dan maaien met de bosmaaier of zeis. Als een sloot niet droogvalt, dan wordt er veelal een machine met korfmaaier ingezet. Bent u verantwoordelijk voor een sloot of ziet u het maaien met de hand niet zitten dan kunt u (eventueel samen met uw buren) een loonwerker inhuren. Een loonwerker beschikt over het juiste materieel om de oevers en de waterbodem te maaien.

Vrijkomend maaisel

Bij maaiwerkzaamheden komt maaisel vrij. Vrijkomend maaisel kunt u op uw (aangrenzende) grond verwerken of u kunt het afvoeren naar een erkende verwerker.

Overgangsregeling

Na overleg met gemeenten, LTO en andere grondeigenaren is besloten om vanaf 1 januari 2018 een overgangsregeling van drie jaar in te stellen voor betrokken grondeigenaren. Het onderhoud van 380 km kleinen sloten wordt voortaan door de grondeigenaar uitgevoerd, maar de waterlopen blijven tot 1 januari 2021 op de legger staan. Zo kunnen betrokken grondeigenaren aan het nieuwe beleid wennen en zien hoe het in de praktijk gaat. Ook kan het waterschap handhaven als er problemen ontstaan als een grondeigenaar, bijvoorbeeld uw buurman, het onderhoud niet uitvoert. Na 1 januari 2021 worden de betreffende sloten van de legger verwijderd. Tot dan blijft de vergunningplicht gelden.