12 september 2019

Gepubliceerd op 17 september 2019

Onderwerpen:

  1. Bestuurlijke werkwijze algemeen bestuur periode 2019-2023

Besluiten

Bestuurlijke werkwijze algemeen bestuur periode 2019-2023

De fractie ChristenUnie heeft twee schriftelijke amendementen ingediend.

Amendement A1: “De fractie die een voorzitter levert voor een commissie, kan voor diezelfde commissie een beroep doen op één extra fractie-ondersteuner en daarop de verordening fractie-ondersteuners d.d. 22 mei 2019 aan te passen”. Dit amendement is met 5 stemmen voor en 19 stemmen tegen verworpen.

Amendement A2: “Het stellen van mondelinge vragen mogelijk te maken, zonder dat dit 24 uur van te voren is aangemeld. Dit in beperkte zin, namelijk één vraag per fractie, niet beleid gebonden en hierop het Reglement van Orde aanpassen”. Dit amendement is met 24 stemmen voor aangenomen en wordt als beslispunt 14  toegevoegd aan het AB-besluit.

De fractie Landbouw heeft een mondeling amendement ingediend betreffende beslispunt 3: “De bestaande tekst aanpassen, zodat er komt te staan: de fractievoorzitters met een voorstel aan het algemeen bestuur te laten komen over de benoeming van de voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de adviescommissies.” Dit amendement is met 24 stemmen voor aangenomen en de tekst van beslispunt 3 wordt aangepast conform het amendement.

Beslissing over de punten 12 en 13 vindt via stemming plaats.

Punt 12. Maximaal één fractie-ondersteuner per fractie toe te staan, conform het meerderheidsadvies van de werkgroep bestuurlijke werkwijze. Met 21 stemmen voor en 3 stemmen tegen wordt dit voorstel aangenomen.

Punt 13. Vergadering op ochtend of avond. Er zijn 23 stemmen uitgebracht (1 onthouding) over de vraag wie er vóór de ochtend is. Met 9 stemmen voor en 14 stemmen tegen heeft het algemeen bestuur bepaald dat de vergaderingen ’s avonds plaatsvinden.

Vervolgens besluit het algemeen bestuur:

  1. over te gaan tot het instellen van adviescommissies voor het algemeen bestuur en de ambtelijke organisatie opdracht te geven voor het opstellen van de benodigde verordening hiervoor;
  2. deze commissies als volgt in te delen:
    1. commissie klimaat;
    2. commissie waterkwaliteit;
    3. commissie duurzaamheid, bestuur en organisatie;
    4. commissie financiën en beleidsuitvoering;
  3. de fractievoorzitters met een voorstel aan het algemeen bestuur te laten komen over de benoeming van de voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de adviescommissies;
  4. komend jaar te experimenteren met een dag (PEILdag), twee weken voorafgaand aan de vergaderingen van het algemeen bestuur, waarin de beeldvormende en (een deel van) de opiniërende fase kan worden doorlopen ter voorbereiding op besluitvorming in het algemeen bestuur;
  5. over te gaan tot het instellen van een agendacommissie PEILdag, bestaande uit fractievoorzitters, die verantwoordelijk is voor de agendering van deze PEILdagen;
  6. over te gaan tot het instellen van een agendacommissie AB, bestaande uit voorzitters van de adviescommissies en de voorzitter en secretaris van het algemeen bestuur, verantwoordelijk voor agendering van de vergaderingen van het algemeen bestuur;
  7. te wachten met het benoemen van leden voor de rekenkamercommissie totdat er behoefte is aan een rekenkameronderzoek;
  8. als algemeen bestuur de ambtelijke organisatie te vragen om een analyse uit te voeren naar mogelijkheden om met andere organisaties een rekenkamer te delen. Hierover te rapporteren in de commissie Duurzaamheid, bestuur en organisatie;
  9. deze bestuurlijke werkwijze te monitoren en na circa één jaar binnen het algemeen bestuur te evalueren. De werkgroep bestuurlijke werkwijze de opdracht te geven om deze evaluatie van de bestuurlijke werkwijze voor te bereiden;
  10. tijdens deze bestuursperiode te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor het introduceren van dualisme bij een volgende periode;
  11. in te stemmen met de bestuurlijke jaarkalender voor 2020, met daarin vijf vergaderingen van het algemeen bestuur, voorafgegaan door een PEILdag en daarnaast één excursiedag en één professionaliseringsdag in te plannen;
  12. maximaal één fractie-ondersteuner per fractie toe te staan, conform het meerderheidsadvies van de werkgroep;
  13. het voorkeurstijdstip van vergaderingen van het algemeen bestuur te bepalen op de avond;
  14. het stellen van mondelinge vragen mogelijk te maken, zonder dat dit 24 uur van te voren is aangemeld. Dit in beperkte zin, namelijk één vraag per fractie, niet beleid gebonden en hierop het Reglement van Orde aan te passen.