Exploitatiebegroting 2020


In het Waterschapsbesluit is voorgeschreven dat de begroting dient te worden gepresenteerd naar programma’s, kostendragers en naar kosten- en opbrengstensoorten. Voor Vechtstromen gelden als kostendragers: "Watersysteembeheer" en "Zuiveringsbeheer". Omdat de netto-kosten van het waterschap via de opbrengsten van belastingheffing worden gedekt, dienende netto-kosten aan deze kostendragers te worden toegerekend.

Conform de Waterschapswet zijn netto-kosten, kosten die aan een programma, een product of een kostendrager worden toegerekend en waarvan zijn afgetrokken de baten (met uitzondering van de belastingopbrengsten en andere algemene opbrengsten) die aan hetzelfde programma of product dan wel dezelfde kostendrager worden toegerekend.

Toelichting op de kosten- en opbrengstensoorten

In deze paragraaf wordt voor afwijkingen groter dan € 0,15 miljoen per post de absolute en relatieve verandering ten opzichte van de primitieve begroting 2020 (en voor zover relevant ten opzichte van de in het bestuursakkoord opgenomen lastendrukstijging van 3,4%) weergegeven en toegelicht.

Kosten

Kapitaallasten (+ € 1,9 miljoen; + 4,7%)

Omdat de jaarlijkse investeringen hoger zijn dan de afschrijvingen (zie ook paragraaf 4.11 EMU-saldo), zullen de kapitaallasten - bestaande uit afschrijvingen en rentelasten - de komende jaren nog verder toenemen.

Personeelslasten (+ € 2,08 miljoen; + 4,6%)

De stijging bestaat uit de volgende onderdelen:

  • € 1,6 miljoen stijging in verband met de verwachte cao stijging en autonome salarisontwikkelingen in 2021 (zie ook paragraaf 4.2 Uitgangspunten en normen)
  • € 0,5 miljoen stijging voor opleidingsbudgetten (die tot en met de begroting 2020 als voorziening PBB waren geraamd)

Goederen en diensten van derden (+ € 2,02 miljoen; + 4,4%)

Ondanks dat deze post (bij wijze van taakstelling) niet is geïndexeerd in 2021 ten opzichte van 2020, is er sprake van een stijging van ruim € 2 miljoen welke met name wordt veroorzaakt door:

  • een stijging van de diensten door derden met € 1,1 miljoen
  • een stijging van de onderhoudskosten met € 0,5 miljoen
  • een stijging van de energielasten met € 0,3 miljoen
  • een stijging van de energiebelasting met € 0,3 miljoen
  • een daling van de leasekosten auto's met € 0,2 miljoen

Bijdragen aan derden (- € 0,43 miljoen; - 4,4%)

In 2021 er ten opzichte van 2020 sprake van een lagere bijdrage (- € 0,2 miljoen) aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma (landelijk programma om de keringen langs de zee en de grote rivieren op orde te brengen en te houden.) (HWBP (hoogwaterbeschermingsprogramma)). Daarnaast is er sprake van lagere uitgaven in verband met de verlening van anti-afhaaksubsidies (- € 0,2 miljoen).

Toevoegingen aan voorzieningen (+ € 0,28 miljoen; + 31,7%)

De stijging heeft met name betrekking op de pensioenverplichtingen ten opzichte van (voormalig) bestuurders.

Toevoegingen aan reserves (+ € 3,58 miljoen; + 97,4%)

De stijging heeft in hoofdzaak betrekking op:

  • Een toevoeging aan de bestemmingsreserve Innovatiefonds ad € 1,0 miljoen (in de primitieve begroting 2020 nihil)
  • Een hogere toevoeging ad € 1,0 miljoen aan de bestemmingsreserve dividenduitkering NWB Bank
  • Een hogere toevoeging ad € 0,8 miljoen aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie watersysteembeheer
  • Een hogere toevoeging ad € 0,8 miljoen aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie zuiveringsbeheer

Opbrengsten

Financiële baten (+ € 1,0 miljoen; + 33,2%)

Verwacht wordt dat de dividenduitkering van de NWB Bank vanaf 2021 jaarlijks € 1,0 miljoen (structureel) hoger zal uitvallen dan geraamd bij de primitieve begroting 2020.

Bijdragen van derden (+ € 0,39 miljoen)

Dit betreft een hogere raming rijksbijdrage voor de afzet van slib.

Waterschapsbelastingen (+ € 1,74 miljoen; + 1,4%)

Voor een nadere toelichting op de waterschapsbelastingen zie paragraaf 4.6.

Geactiveerde lasten (+ € 0,28 miljoen; +3,7%)

Deze verhoging komt voort uit de indexering van de interne uurtarieven waartegen de uren ten behoeve van investeringsprojecten worden geactiveerd.

Onttrekkingen aan reserves (+ € 5,83 miljoen; + 85,9%)

De stijging heeft in hoofdzaak betrekking op:

  • Een hogere onttrekking ad € 2,6 miljoen aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie watersysteembeheer
  • Een hogere onttrekking ad € 2,7 miljoen aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie zuiveringsbeheer
  • Een hogere onttrekking ad € 1,5 miljoen aan de bestemmingsreserve dividenduitkering NWB Bank
  • Een onttrekking aan de bestemmingsreserve Innovatiefonds ad € 1,0 miljoen (in de primitieve begroting 2020 nihil)
  • Een lagere onttrekking ad € 2,0 miljoen aan de bestemmingsreserve brede heroverweging watersysteembeheer