Exploitatiebegroting 2020


In het Waterschapsbesluit is voorgeschreven dat de begroting dient te worden gepresenteerd naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstensoorten. Voor Vechtstromen gelden als kostendragers: "Watersysteembeheer" en "Zuiveringsbeheer". Omdat de netto-kosten van het waterschap via de opbrengsten van belastingheffing worden gedekt, dienende netto-kosten aan deze kostendragers te worden toegerekend.

De netto-kosten worden toegerekend aan de kostendragers 'watersysteembeheer' en 'zuiveringsbeheer'. De systematiek hiervan zijn nader toegelicht onder financiën.

Begroting naar kosten- en opbrengstensoorten

Begro kostensoorten

Toelichting op de kosten- en opbrengstensoorten

In deze paragraaf wordt voor afwijkingen groter dan € 0,15 miljoen per post de absolute en relatieve verandering ten opzichte van de primitieve begroting 2019 (en voor zover relevant ten opzichte van de in het bestuursakkoord opgenomen lastendrukstijging van 3,4%) weergegeven en toegelicht.

Kosten

Kapitaallasten (+ € 1,48 miljoen; + 3,8%)

Omdat de jaarlijkse investeringen hoger zijn dan de afschrijvingen (zie ook paragraaf 4.11 EMU-saldo), zullen de kapitaallasten - bestaande uit afschrijvingen en rentelasten - de komende jaren nog verder toenemen.

Personeelslasten (+ € 1,95 miljoen; + 4,5%)

De stijging als gevolg van de voor 2020 af te sluiten cao (alsmede vanwege periodieke verhogingen en doorwerking van de salarisverhoging per 1 april 2019) bedraagt in totaal 4,8%. Zie ook paragraaf 4.2 Uitgangspunten en normen. De overige -0,3% kan worden verklaard door overheveling van budget naar de goederen en diensten van derden.

Goederen en diensten van derden (+ € 2,68 miljoen; + 6,2%)

De stijging van de geraamde kosten voor goederen en diensten van derden wordt, naast indexatie (circa € 1,1 miljoen) met name veroorzaakt door hogere raming voor werkplan onderhoud (+ € 0,5 miljoen), onderhoud groen (+ € 0,3 miljoen) en onderhoud waterlopen (+ € 0,8 miljoen).

Bijdragen aan derden (- € 0,34 miljoen; - 3,4%)

Enerzijds is er in 2020 te opzichte van 2019 sprake van een hogere bijdrage (+ € 0,5 miljoen) aan het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Anderzijds is de bijdrage aan de provincie voor onderhoud waterlopen vervallen (- € 0,8 miljoen), omdat het beheer van de waterlopen is overgenomen door Vechtstromen. Ook de bijdrage aan het rijk voor basisregistraties is lager (- € 0,3 miljoen).

Toevoeging aan reserve (+ € 2,23 miljoen)

Ten opzichte van 2019 zal er in 2020 een bestemmingsreserve voor het ontvangen dividend van NWB Bank worden gevormd ten bedrage van € 2,56 miljoen. Tevens is er ten opzichte van 2019 sprake van een toevoeging aan de bestemmingsreserves tariefsegalisatie zuiveringsbeheer (€ 0,36 miljoen) en watersysteembeheer (€ 0,36 miljoen).

In 2019 vond er nog een toevoeging aan de bestemmingsreserve brede heroverweging zuiveringsbeheer van € 1,05 miljoen plaats (in 2020 niet).

Opbrengsten

Financiële baten (+ € 2,61 miljoen)

In de primitieve begroting 2019 was er nog geen bate uit hoofde van de dividenduitkering van de NWB Bank opgenomen (€ 2,56 miljoen).

Personele baten (+ € 0,25 miljoen)

In 2020 worden ten opzichte van 2019 hogere inkomsten uit hoofde van detacheringen verwacht.

Bijdragen van derden (+ € 0,25 miljoen)

Betreft vooral een hogere raming rijksbijdrage voor de afzet van slib ( +€ 0,15 miljoen).

Waterschapsbelastingen (+ € 4,95 miljoen; + 4,1%)

Voor een nadere toelichting op de waterschapsbelastingen zie paragraaf 4.6.

Geactiveerde lasten (- € 0,35 miljoen; - 4,3%)

Gebleken is dat de raming van te activeren uren in 2019 aan de hoge kant is geweest. Een verlaging in 2020 met € 0,8 miljoen is realistischer. Vanwege indexeringen van de interne uurtarieven met € 0,45 miljoen is er per saldo dan sprake van een verlaging met € 0,35 miljoen.

Onttrekkingen aan reserves (+ € 0,23 miljoen)

In 2020 wordt er voor het eerst € 1,3 miljoen onttrokken aan de bestemmingsreserve dividend NWB Bank. Aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie zuiveringsbeheer wordt in 2020 € 0,7 miljoen minder onttrokken dan in 2019 en aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie watersysteembeheer wordt € 1,3 miljoen minder onttrokken.

Verder is in er 2020 is sprake van een hogere onttrekking aan de bestemmingsreserve brede heroverweging watersysteem (€ 0,9 miljoen).