Financiële situatie 2020


Ontwikkelingen sinds het vorige begrotingsjaar

De belangrijkste actuele ontwikkelingen zijn verwerkt in de programma's.

Uitgangspunten en normen

Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële uitgangspunten van de programmabegroting 2020-2023 die aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen. De volgende parameters wijzigen in 2020 (ten opzichte van de raming 2019 en MJR 2020 uit de vorige programmabegroting 2019-2022):

Kapitaallasten

(= rente- en afschrijvingslasten) van 2,9% naar 3,6% (bij de vorige MJR 2020 was dit nog 6,9%).

  • Voor de rentelasten is dit gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage van alle aangegane langlopende geldleningen en een inschatting voor nieuw af te sluiten langlopende geldleningen in 2020 ('Financiering').
  • Voor de afschrijvingslasten is dit gebaseerd op de nieuwe meerjarenraming voor de investeringen, met inachtneming van het tijdstip dat het project gereed is voor gebruik (vanaf dan wordt er afgeschreven).

Personeelslasten

Van 4,7% naar 4,8% 1 (bij de vorige MJR 2020 was dit nog 3,8%). Dit is het gevolg van de doorwerking van de CAO 2018-2019 en een prognose voor 2020 op basis van het concept-onderhandelaarsresultaat tussen de Vereniging werken voor waterschappen (Vwvw) en de vakbonden.

Overige kosten

Van 2,4% naar 2,2% (bij de vorige MJR 2020 was dit nog 2,4%). Voor het bepalen van dit stijgingspercentage zijn de meest recente cijfers van het Centraal Planbureau geraadpleegd 2.

Inflatiecorrectie

(Het gemiddelde van de autonome stijging van de personeelslasten en overige kosten) gaat van 3,6% naar 3,5% (bij de vorige MJR 2020 was dit nog 3,1%).

Stijging parameters B 2020 (t.o.v. vorige raming B 2019)

Financien
  1. Inclusief gemiddeld 1,0% aan reguliere jaarlijkse periodieken.
  2. Hiervoor zijn als referentie gebruikt de: (i) ‘inflatie geharmoniseerde consumenten-prijsindex’ (1,3%: met weging 1/3e) en (ii) de prijs ‘intermediair verbruikoverheid’ (2,7%: met weging 2/3e) voor 2020.