Financiële situatie 2020


Ontwikkelingen sinds het vorige begrotingsjaar

De belangrijkste actuele ontwikkelingen zijn verwerkt in de programma's.

Uitgangspunten en normen

Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële uitgangspunten van de programmabegroting 2021-2024 die aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen. De volgende parameters wijzigen in 2021 (ten opzichte van de raming B 2020 en MJV 2021):

Kapitaallasten

(= rente- en afschrijvingslasten) van 3,6% naar 4,8% (bij de MJV 2021 was dit nog 6,2%).

  • Voor de rentelasten is dit gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage van alle aangegane langlopende geldleningen en een inschatting voor nieuw af te sluiten langlopende geldleningen in 2021 (zie ook § 4.8 'Financiering'). Met name dankzij het nog steeds zeer lage geldende rentepercentage voor langlopende geldleningen pakt dit voordeliger uit dan in de MJV 2021 is geraamd.
  • Voor de afschrijvingslasten is dit gebaseerd op de nieuwe meerjarenraming voor de investeringen, met inachtneming van het tijdstip dat het project gereed is voor gebruik (vanaf dan wordt er afgeschreven).

Personeelslasten

Van 4,8% naar 4,0% (bij de MJV 2021 was dit nog 3,5%). Bij de MJV bestond dit nog uit de onderdelen: (i) 2,5% als inschatting voor de nog af te sluiten cao 2021 en (ii) 1,0% voor de reguliere jaarlijkse periodieken. Bij de B 2021 is hierbij nog als extra component bijgekomen: (iii) 0,5% vanuit de doorwerking naar 2021 van de cao 2020 (de loonstijging van 1,0% per 1 juli 2020 werkt voor 0,5% door naar 2021).

Overige kosten

Van 2,2% naar 0,0% (bij de vorige MJV 2020 was dit nog 2,2%). In 2021 wordt eenmalig geen indexering voor de prijzen toegepast op de budgetten voor 'overige kosten' als incidentele invulling van de taakstelling van € 1 miljoen voor 2021 uit het bestuursakkoord. Normaliter worden voor het bepalen van dit stijgingspercentage de meest recente cijfers van het Centraal Planbureau geraadpleegd en was 1,9% het actuele stijgingspercentage voor de indexering geweest.

De inflatiecorrectie

(Het gemiddelde van de autonome stijging van de personeelslasten en overige kosten) gaat van 3,5% naar 2,0% (bij de vorige MJV 2021 was dit nog 2,9%). Aangezien op de overige kosten eenmalig geen indexering voor de prijzen is toegepast, daalt hiermee tevens de inflatiecorrectie.

Stijging parameters B 2021 (t.o.v. vorige raming B 2020)

Hiervoor zijn als referentie gebruikt de: (i) ‘inflatie geharmoniseerde consumenten-prijsindex’ (1,4%: met weging 1/3e) en (ii) de prijs  ‘intermediair verbruik overheid’ (2,2%: met weging 2/3e) voor 2021.