Begroting in een oogopslag


Algemene beeld

2019 wordt een belangrijk jaar voor waterschap Vechtstromen. Aan de ene kant staan we voor het realiseren van de afgesproken doelstellingen vanuit het bestuursakkoord en de bestuurlijke tussenevaluatie 2016 en aan de andere kant zijn er voortdurend ontwikkelingen waarop we direct moeten schakelen en mensen en geld beschikbaar moeten stellen. De extreme droogte van deze zomer is daar een voorbeeld van. We hebben hier acuut op geschakeld. Tevens zijn we ons ervan bewust dat dit langjarige gevolgen zal hebben die niet met deze begroting zijn op te vangen. Hieronder zijn bij "Veranderopgaven" meerdere ontwikkelingen beschreven waarmee we de komende jaren aan de slag gaan, maar die financieel nog niet in deze begroting zijn meegenomen. Bij de overdracht naar een nieuw bestuur zullen deze ontwikkelingen in een meerjarenperspectief worden geschetst. Eveneens willen we samen met het algemeen bestuur een duurzaam financieel beleid opstellen met daarin nieuwe meerjarige financiële kaders.

Veranderopgaven

We zien zes belangrijke opgaven vanuit trends en ontwikkelingen, die impact hebben op het werk en de rol van het waterschap. Deze ontwikkelingen zijn:

1. Ruimtelijke Adaptatie.

2. Waterkwaliteit, met name medicijnresten in oppervlaktewater.

3. De opmars van circulaire economie en de opgave in de energietransitie.

4. De digitale transformatie.

5. Assetmanagement.

6. Omgevingswet.

Het is nog niet duidelijk wat de impact van deze onderwerpen is op het beleid, bedrijfsvoering en financiën van Vechtstromen. Daarom wordt apart gestuurd op deze zogenoemde veranderopgaven. Het jaar 2018 is gebruikt om - waar mogelijk samen met partners - te verkenning wat de thema’s betekenen voor Vechtstromen. In de nieuwe bestuursperiode wordt gewerkt aan het bepalen van de ambitie op deze veranderthema’s en de daarbij behorende kosten.

Bestuurlijk dashboard

Begroting 2019 in één oogopslag bestuurlijk dashboard

Financiën

Lastendruk

In de PB 2019-2022 voldoet de lastendruk voor het belastingjaar 2019 aan de kaders vanuit de tussenevaluatie van het bestuursakkoord uit 2016.

Ook volgens de raming voor 2020 voldoet de lastendruk voor huishoudens en agrarische bedrijven aan het kader. Alleen de categorie bedrijven met 50 ve (vervuilingseenheden) laat in de raming voor 2020 een lastendrukstijging zien van 2,2%, terwijl het kader formeel 0,8% bedraagt. Voor de jaren 2021 en 2022 is er geen kader voor de lastendruk. De tussenevaluatie geeft een kader voor 2017 tot en met 2020 van gemiddeld 3,5% lastendrukstijging. Indien we echter het kader vanuit de tussenevaluatie 2016 ook voor 2021 en 2022 als referentie nemen, dan zien we dat de lastendruk-stijging over 2019-2022 gemiddeld 0,3 % hoger is. Ten opzichte van de vorige begroting 2018-2021 neemt de gemiddelde lastendruk toe van 3,2% naar 3,8%. Dit wordt vrijwel geheel veroorzaakt door autonome ontwikkelingen zoals de oplopende inflatie (van 1,6% naar 2,4% in 2019) en de extra stijgende cao-kosten.

Besparingen

Vechtstromen staat vanaf de oprichting in 2014 voor een besparingsopgave van uiteindelijk M€ 17 in 2019. In 2019 rest nog een opgave van M€ 0,5 die naar verwachting wordt gerealiseerd.

Investeringen

De raming van de netto-investeringen 2018-2022 komt in deze programmabegroting uit op M€ 178,5. Dat is conform het bijgestelde bestuurlijke kader uit de MJV 2018-2021 (inclusief de bijsturingsafspraak van verhoging van het investeringskader met M€ 17). In 2019 wordt netto M€ 47 geïnvesteerd onder meer in renovatie en vervanging van zuiveringsinstallaties, persleidingen, kunstwerken, beschoeiingen en het baggeren van beken en vijvers. Daarnaast werkt het waterschap samen met partners aan de Kaderrichtlijn Water (KRW), klimaatadaptatie, het Zoetwaterprogramma Oost Nederland (ZON), Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), Natura 2000/Programma Aanpak Stikstof (PAS) en versnelling van de energietransitie. Het behalen van het tijdpad van de voorgenomen investeringen is sterk afhankelijk van ingewikkelde gebiedsprocessen. Daarnaast zal budgetbewaking extra aandacht vragen als gevolg van de stijging van prijzen voor arbeid en materiaal. Recente aanbestedingen blijken fors hoger uit te vallen dan waarmee in het interne definitieve ontwerp en de bestekramingen rekening was gehouden. Door het uitvoeren van een audit op het proces van totstandkoming van de interne ramingen wordt meer inzicht verkregen in de juistheid en houdbaarheid van de geprogrammeerde budgetten.

Ontwikkeling schuldpositie

Conform de meest actuele prognoses voor het EMU-saldo (als maatstaf voor het jaarlijkse financieringstekort) bedraagt eind 2019 de omvang van de netto-schuld M€ 460. Dat komt overeen met hetgeen in de PB 2018-2021 werd verwacht. In 2020 zou er sprake moeten zijn van stabilisatie van de schuld (M€ 460 conform de afspraak uit de tussenevaluatie van het bestuursakkoord). Op basis van de huidige inzichten zal de netto-schuld eind 2020 uitkomen op maximaal M€ 472 en daarna dalen naar M€ 465 in 2022. De hogere schuldpositie is het gevolg van hogere onttrekkingen aan de bestemmingsreserves voor tariefegalisatie en lagere afschrijvingen ten opzichte van de PB 2018-2021.