Exploitatiebegroting 2019


In het Waterschapsbesluit is voorgeschreven dat de begroting dient te worden gepresenteerd naar kostendragers en naar kosten- en opbrengstensoorten. Voor Vechtstromen gelden als kostendragers: "Watersysteembeheer" en "Zuiveringsbeheer". Omdat de netto-kosten[1] van het waterschap via de opbrengsten van belastingheffing worden gedekt, dienende netto-kosten aan deze kostendragers te worden toegerekend.

[1] Conform de Waterschapswet zijn netto-kosten, kosten die aan een programma, een product of een kostendrager worden toegerekend en waarvan zijn afgetrokken de baten (met uitzondering van de belastingopbrengsten en andere algemene opbrengsten) die aan hetzelfde programma of product dan wel dezelfde kostendrager worden toegerekend.

Begroting naar kostendragers

Bruto baten

Begroting naar kosten- en opbrengstensoorten

Begroting naar kosten

Toelichting op de kosten- en opbrengstensoorten

In deze paragraaf worden de majeure afwijkingen (groter dan k€ 150) ten opzichte van de primitieve begroting 2018 toegelicht.

Kosten

Kapitaallasten (+ € 1,09 miljoen)

Omdat de jaarlijkse investeringslasten hoger zijn dan de afschrijvingen, nemen de kapitaallasten de komende jaren nog toe.

Personeelslasten (+ € 3,43 miljoen)

De personeelslasten stijgen ten opzichte van 2018, als gevolg van de salarisverhogingen zoals afgesproken in de nieuwe cao. Daarnaast heeft er een omzetting van tijdelijk personeel naar vast personeel plaatsgevonden. De dekking hiervoor is grotendeels gevonden in de toegenomen raming van geactiveerde uren.

Externe kosten (+ € 3,22 miljoen)

De stijging van de geraamde kosten voor goederen en diensten van derden wordt, naast indexatie (M€ 1,0) met name veroorzaakt door de verkiezingen in 2019 (M€ 1.2), omzetting van reiskostenbudget naar leasekosten budget in combinatie met toegenomen personeelsbestand (M€ 0,5).Tot slot is er sprake van gestegen onderhoudskosten in het primaire proces.

Bijdragen aan derden (- € 0,99 miljoen)

De daling wordt veroorzaakt door een lagere HWBP-bijdrage in 2019.

Toevoeging aan reserve (+ € 0,22 miljoen)

Ten opzichte van 2018 is er geen sprake van een toevoeging aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie zuiveringsbeheer (-M€ 0,8), maar van een onttrekking. In 2019 is er een toevoeging aan de bestemmingsreserve brede heroverweging geraamd i.v.m. lagere HWBP bijdrage (M€1,1).

Opbrengsten

Goederen diensten aan derden (- € 0,40 miljoen)

De raming van de GOAW-bijdrage is voor 2019 met M€ 0,4 naar beneden bijgesteld.

Bijdragen aan derden (- € 0,28 miljoen)

De bijdragen aan derden zijn lager, doordat we in 2019 niet langer penvoerder zijn van de waterkrachtsamenwerking (M€ 0,134) en doordat de verwachte SDE subsidie M€ 0,15 lager is.

Waterschapsbelastingen (+ € 3,7 miljoen)

Voor een nadere toelichting op de waterschapsbelastingen zie de pagina belastingen.

Geactiveerde lasten (+ € 2,06 miljoen)

De geactiveerde lasten zijn toegenomen, doordat er een omzetting plaats heeft gevonden van tijdelijk naar vast personeel. Dit personeel is deels werkzaam op investeringsprojecten. Dit zorgt voor meer doorbelaste personeelskosten naar projecten.

Onttrekkingen aan reserves (+ € 2,0 miljoen)

Aan de bestemmingsreserve tariefsegalisatie zuiveringsbeheer wordt in 2019 M€ 3,1 meer onttrokken dan in 2018 en aan watersysteembeheer M€ 0,7 minder onttrokken. Verder is in 2019 is er een lagere onttrekking aan de bestemmingsreserve brede heroverweging (M€ 0,1). Tot slot wordt er in 2019 geen onttrekking aan de bestemmingsreserve innovatie geraamd (M€ 0,2).