Zo werkt normering


Regionale wateroverlast

Onder ‘regionale wateroverlast’ verstaan we het grootschalig buiten hun oevers treden van sloten, beken of kanalen. In provinciale omgevingsverordeningen is verder uitgewerkt wat het minimale beschermingsniveau moet zijn dat we moeten bieden tegen regionale wateroverlast. Bij het toekennen van de normen wordt rekening gehouden met de economische waarde van het grondgebruik en de te verwachten schade als gevolg van een overstroming. Zo accepteren we voor grasland bijvoorbeeld een hoger risico op een overstroming dan voor een stedelijke kern.

Normen voor waterkeringen

Een waterkering (een dijk of een kade) biedt bescherming tegen overstromingen. Vechtstromen heeft regionale keringen en ‘overige’ keringen. De meeste regionale keringen hebben een norm van 1 : 100. Voor de keringen langs de Vecht geldt een norm van 1 : 200. De overige keringen hebben over het algemeen een norm die tenminste hetzelfde is als de norm voor het achterliggende gebied zie normen regionale wateroverlast bij Vechtstromen.

Normen regionale overlast

.
Grondgebruik Toelaatbare overstromingskans
Bebouwde kom 1:100 jaar (onroerende zaken)
1:10 jaar (overig: parken en plantsoenen)
Glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw 1:50 jaar
Akkerbouw 1:25 jaar
Grasland 1:10 jaar
Natuur geen beschermingsnorm

Toelichting

De normen hebben betrekking op het overwegend grondgebruik in een gebied. Verschillende vormen van grondgebruik zijn mogelijk in een gebied. Een grondeigenaar kan dus kiezen voor een ander grondgebruik, maar dit leidt niet tot een verandering van de norm.

Vechtstromen kent uitzonderingen op deze algemene normen (bijvoorbeeld 1 : 10 voor landbouwgronden in sommige beekdalen, of lokaal 1 : 1 of 1 : 0,5)

Normering regionale wateroverlast

Kaart normering waterkeringen