Onttrekken waar het kan, beschermen waar het moet


De waterschappen zorgen voor de opvang en doorstroom van water in sloten, beken en rivieren. Ze zijn de belangrijkste beheerders van grond- en oppervlaktewater en houden daarbij rekening met uiteenlopende belangen. Van veiligheid, milieu, landschap, landbouw, stedenbouw tot natuur en recreatie. Het mag niet te nat, maar ook niet te droog zijn. Voor de bedrijfsvoering in de agrarische sector is het onttrekken van grond- en oppervlaktewater in periodes van droogte van groot belang. In dit kader is in ons gebied de beregeningsregeling Rijn-Oost van kracht.

Verdroging voorkomen

Aanhoudende droogte in combinatie met beregening kan leiden tot een watertekort in de grond en in beken en rivieren. Met als gevolg verdroging, droogteschade, lage waterafvoeren en/of het droogvallen van waterlopen. Met de beregeningsregeling willen de waterschappen zulke situaties voorkomen. Tegelijkertijd willen ze, daar waar het kan, de mogelijkheid voor beregening bieden.

Wat houdt de beregeningsregeling in?

In de ‘Algemene regels kwantiteit’ zijn voorwaarden opgenomen voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam. Voor het Rijn-Oost gebied zijn extra beregeningsvoorwaarden opgenomen in deze algemene regels. Hierbij is onder andere bepaald dat geen water onttrokken mag worden als de eerste benedenstrooms gelegen stuw niet meer overloopt.
Beregenen uit oppervlaktewater mag dus zolang er nog sprake is van afvoer in het oppervlaktewater waaruit onttrokken wordt. Dit betekent dat water onttrokken mag worden zolang de eerst benedenstrooms gelegen stuw nog overloopt. De beregenaar (de agrariër) is daarbij zelf verantwoordelijk om in de gaten te houden of er nog voldoende oppervlaktewater beschikbaar is. Daarnaast is een aantal wateren en gebieden bepaald die zo kwetsbaar zijn, dat het onttrekken van water grote schade aanricht. Daarvoor is een permanent beregeningsverbod ingesteld voor onttrekkingen groter dan 10 m3 per uur. Voor deze kleine onttrekkingen geldt ook dat onttrokken mag worden zolang de eerst benedenstrooms gelegen stuw nog overloopt. In uitzonderlijke situaties en bij calamiteiten kan het waterschap ook los van de algemeen geldende regels een onttrekkingsverbod of -beperking uitvaardigen.