Bufferstroken


Nieuwe regels voor bufferstroken

Vanuit het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) en het 7e Actieprogramma Nitraat worden nieuwe regels voor bufferstroken ingevoerd. Eind september is hierover duidelijkheid gekomen en komende maanden start LNV samen met RVO de communicatie hierover op. Hieronder alvast een overzicht,  zoals het er nu naar uitziet per 1 januari 2023 gaat gelden.

Bufferstroken, minimale breedte langs verschillende waterlopen/ sloten

Ecologisch kwetsbare waterloop

Waterloop KRW breedte >10 meter

Waterloop KRW <10 meter

Overige waterlopen

Droge sloot (droog van 1 april tot 1 oktober)

BUFFERSTROOK LANGS (DROGE) SLOOT

Hoofdregel

5 meter

5 meter

5 meter

3 meter

1 meter

Totale oppervlakte bufferstroken >4% van het betreffende referentieperceel, 1e toets

5 meter

3 meter

3 meter

1 meter*

1 meter

Totale oppervlakte bufferstroken >4% van het betreffende referentieperceel, 2e toets

5 meter

3 meter

1 meter*

0,5 meter*

1 meter

*De bufferstrook kan nooit smaller worden dan de huidige verplichte teeltvrije zone (regels Activiteitenbesluit (besluit van de minister op basis waarvan vergunningverlening plaatsvindt.))

Breedte van de bufferstrook

Langs alle wateren geldt in principe een bufferstrook van 3 meter, met een terugvaloptie naar 1 meter als de bufferstrook meer dan 4% van het areaal van een (topografisch) perceel beslaat. Hierbij geldt een verdere terugvaloptie naar 0,5 meter, als ook de 1 meter bufferstrook meer areaal beslaat dan 4% van het perceel. De bufferstrook kan echter nooit smaller worden dan de huidige verplichte teeltvrije zone.

  • Bij waterlichamen die voor de Kaderrichtlijn Water zijn aangewezen gaat een bufferstrook van 5 meter Als in dit geval de oppervlakte van de bufferstrook meer dan 4% van het areaal van een (topografisch) perceel beslaat, bestaat de mogelijkheid om terug te vallen naar een smallere bufferstrook van 3 meter. Daarnaast is er een verdere terugvaloptie naar 1 meter, als de 3 meter zone alsnog meer areaal beslaat dan 4% van het perceel en de sloot niet breder is dan 10 meter. Ook hier geldt dat De bufferstrook echter nooit smaller kan worden dan de huidige verplichte teeltvrije zone.
  • Voor ecologisch kwetsbare waterlopen gelden deze terugvalopties niet. Hierbij gelden altijd bufferstroken van 5 meter. Deze ecologisch kwetsbare waterlopen zijn aangewezen in bijlage I van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. In Vechtstromen betreft dit onder andere Diepenheimse Molenbeek, Oelerbeek, Boekelosebeek, Glanerbeek, Elsbeek, Eschbeek, Ruhenbergerbeek, De Dinkel, Snoeyinksbeek, Bloemenbeek, Hazelbeek, Onderbeek, Mosbeek, Springendalsebeek, Rutbeek, Regge, Benedenregge, Bovenregge en Bovendinkel.

Droge sloten

Ook voor droge sloten en greppels geldt dat er een bufferstrook moet worden aangehouden. Het gaat om 1 meter langs sloten, die onder normale omstandigheden, tussen 1 april en 1 oktober droog staan. De definitie van een droge sloot staat in het Activiteitenbesluit (artikel 3.79, lid 4). Hiervoor is geen kaartmateriaal beschikbaar bij het waterschap. RVO gaat in het percelenregister van de Gecombineerde Opgave aangeven welke bufferstrook/teeltvrije zone van toepassing is op het betreffende perceel op basis van de 4%-regel en op basis van de droge sloten die nu als zodanig bekend zijn. Agrariërs kunnen zelf de bufferstrook/teeltvrije zone controleren als een sloot alsnog als droge sloot aangemerkt kan worden. Bij toezicht en controle is door de controlerende instantie het activiteitenbesluit leidend.

Ondernemers kunnen met vragen terecht bij RVO via het telefoonnummer 088-0424242. Derogatie vanaf 2023 (rvo.nl)

Kijk voor meer informatie over het GLB ook op Toekomst GLB.