Winter in waterschapsland

Gepubliceerd op 30 januari 2026

Sneeuw, smeltwater en strooizout hebben allemaal effect op ons werk. Wegen moeten begaanbaar zijn tijdens deze winterse dagen, en daarbij wordt veel strooizout gebruikt. Wat voor effect heeft dat op onze zuiveringen en op het leven in het water van onze beken en rivieren. De terreinen op onze rioolwaterzuiveringsinstallaties moeten goed begaanbaar zijn zodat medewerkers hun werk veilig kunnen doen. Hoe werkt dat allemaal?

Winter op zuiveringsterreinen

Wanneer winterse dagen worden voorspeld zetten we externe partijen en onze collega’s van Watersysteem in op onze zuiveringen. Zij zorgen ervoor dat er bij vorst preventief zout gestrooid kan worden. Bij veel sneeuwval zetten we tractoren in die zijn uitgerust met sneeuwschuivers.

Elke dag wordt er slib gereden en die vrachtwagens met opleggers moeten het terrein veilig op en af kunnen. Naast deze vrachtwagens moeten ook de medewerkers die op de zuiveringen lopen veilig hun werk kunnen doen. Glijpartijen kunnen we daarbij niet gebruiken.

Strooizout en dooiwater op de zuivering

Wanneer de dooi invalt na sneeuw of bevriezing komt dat water via het riool op onze zuiveringen binnen. Dit merken we ook in het zuiveringsproces. De hogere zoutgehaltes, dat van de straat afspoelt het riool in, geeft geen echte problemen op onze zuiveringen. Maar de plotselinge aanvoer van erg koud water merken we wel. Onze beluchtingstanks dalen dan snel een paar graden in temperatuur, waardoor het slib meer moeite heeft om het vuil af te breken. Er kan dan ook gemakkelijker een drijflaag ontstaan in het proces. Het vertraagt de afbraak wat, maar leidt niet tot problemen met de kwaliteit van het water dat onze zuivering weer verlaat de beken in.

Strooizout in sloten beken en rivieren

Strooizout spoelt van het wegdek af naar de berm ernaast of naar sloten en ander water in de buurt van wegen. Hierdoor kan het water zouter worden (hogere chloride concentratie). Vooral tijdens dooiperioden kunnen er hogere concentraties in het water komen. Maar omdat het strooien van zout tijdelijk en lokaal is, zijn de hogere concentraties ook tijdelijk en lokaal.

Veel zoetwatersoorten zijn gevoelig voor hoge concentraties chloride in het water. Echter is in de winter de activiteit van waterleven vrij laag. Algen en waterplanten bevinden zich in de ruststand en hebben daardoor niet veel last van de hogere concentraties chloride in het water. Hogere pieken chloride worden door regen en normale afvoer van water in beken ook al snel verdund.

Strooizout veroorzaakt dus lokale, tijdelijke zoutpieken die gevoelig zoetwaterleven kunnen belasten. Maar omdat dit vaak in de winterperiode, en dus in de rustperiode, gebeurt hebben veel waterorganismen er beperkt last van en herstelt het ecosysteem doorgaans snel doordat de chlorideconcentraties door natuurlijke processen weer vlot dalen.