Willie Werkman brengt droogtemaatregelen in beeld


Voor het derde achtereenvolgende jaar hebben we te maken met droogte. Het is nog maar vroeg in het jaar, maar we zien al weer waterlopen droogvallen op de hoge zandgronden. Ook op andere plekken is het merkbaar dat we neerslag tekort komen en het ziet er niet naar uit dat we op de korte termijn veel regen krijgen.

De mensen van Vechtstromen zijn dan ook dagelijks bezig om het water dat we hebben zo goed mogelijk vast te houden. En dat doen zij op verschillende manieren.

Onderstaand een korte fotoreportage uit het veld door onze medewerker Willie Werkman.

1

“Doordat we bepaalde watergangen later maaien, zorgen we ervoor dat het water daar minder snel word afgevoerd. Dit kan niet overal en altijd. En als er hoosbuien worden voorspeld en er dreigt wateroverlast dan gaan we op sommige plekken alsnog maaien.”

2

“Doordat we minder maaien en stuwen op zomerpeil zetten, wordt het water opgestuwd en staat het hoger. Hierdoor kunnen we het water in de kleinere watergangen laten lopen. Daar, in de haarvaten van het watersysteem, merken we de droogte het eerst. En daar kunnen we deze ook het beste bestrijden, door het vasthouden of aanvoeren van water.”

3

“Op de foto is in het midden van de watervegetatie een streep zonder vegetatie te zien. Dat is de ‘stroomdraad'. Zolang er nog stroming in de watergang is zal deze stroomdraad blijven bestaan en weten we dat de watergang bij matige regen toch voldoende kan afvoeren. Ook mag de aanliggende grondeigenaar nog beregenen zolang de stuw overloopt.”


4

“Zo zien we het graag. De stuw staat hoog ingesteld, maar er is wel een minimale afvoer. Goed voor kwantiteit en kwaliteit.”

5

“Als er naast het stuw een vistrap aanwezig is dan kiezen we voor afvoer via de vistrap.”

6

“Hier staat een stuw op 20 cm boven zomerpeil ingesteld en er gaat nog steeds een geringe afvoer over de vistrap. Zo behouden we een goede waterkwaliteit en de waterdieren kunnen blijven migreren.”

7

“Voor veel watergangen is er helaas geen mogelijkheid om water aan te voeren. Op die plekken blijven de stuwen al in de winter zo hoog mogelijk ingesteld en houden we goed in de gaten dat er daardoor geen wateroverlast ontstaat. Op dit moment staan die stuwen waar mogelijk op 20 cm boven zomerpeil en maaien we daar zo min mogelijk. Meer dan monitoren kunnen we vervolgens niet doen. We kijken dan bijvoorbeeld of er door het ‘onderuitzakken’ van het peil misschien vissterfte optreedt en ondernemen waar mogelijk actie.”