29 september 2026


  1. 5de wijziging Waterschapsverordening - regels grondwateronttrekkingen en drainagemiddelen
  2. Instemmen met strategisch ondernemingsplan 2027 2047 van SNB (slibverwerkingsinstallatie)
  3. Bestuurlijke jaarplanning 2027
  4. Beslissingen op bezwaar drainagemiddelen

1. 5de wijziging Waterschapsverordening - regels grondwateronttrekkingen en drainagemiddelen

Besluit

Het dagelijks bestuur heeft op 29 september 2026 besloten:

  1. de regels over het aanleggen en in standhouden van drainagemiddelen in afdeling 2.10 van de Waterschapsverordening als volgt te wijzigen:
    1. het wijzigen van de specifieke zorgplicht voor de aanleg van drainagemiddelen (artikel 2.38);
    2. het invoegen van een meldplicht voor het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen tot maximaal 0,80 m beneden maaiveld (artikel 2.40 (meldplicht) en artikel 2.41 (indieningsvereisten);
    3. het wijzigen van de vergunningplicht, aanvraagvereisten en beoordelingsregels voor het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen dieper dan 0,80 m beneden maaiveld (artikel 2.42, artikel 2.43 en artikel 2.44);
    4. een nieuw beperkingengebied drainagemiddelen toe te voegen (artikel 1.4, nummer 13);
    5. het instellen van een algeheel verbod voor het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied drainagemiddelen (artikel 2.45);
    6. het vaststellen van het overgangsrecht bij het instellen van de meldplicht en vergunningplicht voor het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen tot of dieper dan 0,80 m beneden maaiveld en het algeheel verbod voor het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied drainagemiddelen (artikel 2.46);
  2. de regels over het onttrekken van grondwater en infiltreren van water in afdeling 4.1 van de Waterschapsverordening als volgt te wijzigen:
    1. het wijzigen van de indeling van hoofdstuk 4;
    2. het wijzigen van het toepassingsbereik van afdeling 4.1 (artikel 4.1);
    3. het invoegen van een artikel over samenhangende grondwateronttrekkingen (artikel 4.2)
    4. het wijzigen van de specifieke zorgplicht voor het onttrekken van grondwater (artikel 4.3);
    5. in artikel 4.6 te verwijzen naar de juiste bijlage;
    6. het invoegen van een algemene regel voor de meetplicht voor het onttrekken van grondwater voor beregening of bevloeiing (artikel 4.24);
    7. het beperkingengebied onttrekken grondwater te verruimen (artikel 1.4, nummer 6);
    8. Het vaststellen van het overgangsrecht bij het verruimen van het beperkingengebied onttrekken grondwater (artikel 4.23);
    9. Het wijzigen van de vergunningplicht voor het infiltreren van water (artikel 4.27);
  • een nieuw beperkingengebied openbare vijvers waar geen wateraanvoer mogelijk is toe te voegen (artikel 1.4, nummer 12);
  • in artikel 4.19 van de Waterschapsverordening een derde lid toe te voegen, met een verbod om water aan een oppervlaktewaterlichaam te onttrekken in het beperkingengebied openbare vijvers waar geen wateraanvoer mogelijk is, als het debiet van de onttrekking meer dan 5 mᶟ per uur is, in de periode van 1 maart tot 1 november;
  1. bijlage IV bij de Waterschapsverordening te wijzigen;
  2. het algemeen bestuur voor te stellen te besluiten dat geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, omdat de voorgenomen wijzigingen van de Waterschapsverordening niet leiden tot aanzienlijke milieueffecten;
  3. het ontwerp van de 5de wijziging van de Waterschapsverordening waterschap Vechtstromen ter inzage te leggen.

Kernboodschap

Het dagelijks bestuur van waterschap Vechtstromen heeft besloten het ontwerp van de wijziging van de Waterschapsverordening ter inzage te leggen. Met deze ontwerpwijziging worden de uitgangspunten uit het beleidskader voor grondwateronttrekkingen en drainagemiddelen vertaald naar concrete regels. Doel is om de grondwatervoorraad duurzaam te beheren, zodat grondwater ook in de toekomst beschikbaar blijft voor landbouw, natuur en andere gebruiksfuncties.

Het waterschap respecteert daarbij bestaande grondwateronttrekkingen en bestaande drainagesituaties. De regels worden alleen ingesteld op locaties waar deze nodig zijn en er is rekening gehouden met de kenmerken van de ondergrond. Buiten de beschermingszones blijft ruimte om grondwatergebruik en drainage af te stemmen op landbouwkundig gebruik.

Naast de vertaling van beleid naar regels, worden ook de regels voor het meten en registreren van grondwateronttrekkingen vereenvoudigd. Dit doen we om ervoor te zorgen dat gebruikers eenvoudiger aan de verplichtingen kunnen voldoen en het waterschap ook beter inzicht krijgt in het gebruik van grondwater.

Met de ontwerpregels kiest Vechtstromen voor een evenwichtige aanpak: een robuust beheer van de grondwatervoorraad, bescherming van grondwaterafhankelijke natuur, respect voor bestaand gebruik en ontwikkelingsruimte voor de landbouw waar dat mogelijk is.

2. Instemmen met strategisch ondernemingsplan 2027 2047 van SNB (slibverwerkingsinstallatie)

Besluit

Het dagelijks bestuur heeft op 29 september 2026 besloten:

  1. in te stemmen met de herbevestiging van de collectieve slibeindverwerking via SNB tot en met 2047, met evaluatiemomenten om de 5 jaar met een eerste moment in 2031;
  2. in te stemmen met het Strategisch Ondernemingsplan 2027-2047 van SNB, inclusief de daarin opgenomen strategische koers gericht op betrouwbare dienstverlening, circulaire ontwikkeling en innovatie;
  3. in te stemmen met het uitgangspunt dat de bestaande slibverwerkingsinstallatie van SNB in Moerdijk tot en met 2047 de basis vormt voor de verwerking van het zuiveringsslib (het materiaal dat overblijft nadat het rioolwater is gezuiverd) van de aandeelhoudende waterschappen en met periodieke evaluatie in afstemming met het strategisch ketenoverleg (SKO);
  4. het algemeen bestuur middels een AB-brief te informeren over het Strategisch Ondernemingsplan 2027-2047 van SNB en de daarin gemaakte strategische keuzes.

Kernboodschap

Slibverwerking Noord-Brabant NV (SNB) verwerkt het zuiveringsslib van de aandeelhoudende waterschappen en vervult daarmee een essentiële rol binnen de afvalwaterketen (alle activiteiten tussen drinkwaterwinning en rioolwaterzuivering). Het huidige Strategisch Ondernemingsplan van SNB loopt af eind 2026. Met het Strategisch Ondernemingsplan 2027-2047 wordt de keuze voor collectieve slibverwerking via SNB gecontinueerd en wordt tegelijkertijd ingezet op verduurzaming, circulariteit en innovatie. Door instemming wordt de continuïteit, leveringszekerheid en publieke regie op de slibeindverwerking voor de lange termijn geborgd. Daarnaast wordt richting gegeven aan de voorbereiding van de slibeindverwerking na 2047.

3. Bestuurlijke jaarplanning 2027

Besluit

Het dagelijks bestuur heeft op 29 september 2026 besloten de jaarplanning 2027 voor het dagelijks bestuur vast te stellen, in acht nemende dat het nieuwe dagelijks bestuur na benoeming de planning kan herzien, waarbij:

  1. in principe tweewekelijks portefeuillehoudersoverleggen plaatsvinden;
  2. het dagelijks bestuur in principe wekelijks bijeenkomt voor themabijeenkomsten dan wel vergaderingen;
  3. het dagelijks bestuur in principe tweewekelijks in een besluitvormende vergadering bijeenkomt;
  4. het dagelijks bestuur niet bijeenkomt in alle vastgestelde basisschoolvakanties van regio Noord (met uitzondering van de eerste en laatste week van de zomervakantie);
  5. een zomerreces wordt gehouden van vier weken in de zomervakantie basisonderwijs regio Noord, van 19 juli t/m 13 augustus 2027 (weken 29 t/m 32).

Kernboodschap

Het dagelijks bestuur van Vechtstromen staat voor het nemen van goed afgewogen besluiten. Het is wenselijk dat het bestuur voltallig is tijdens vergaderingen. Om dit te faciliteren, stelt het dagelijks bestuur jaarlijks een planning vast waarin de vergadermomenten voor het komende jaar zijn opgenomen.

4. Beslissingen op bezwaar drainagemiddelen

Besluit

Het dagelijks bestuur heeft op 29 september 2026 besloten:

  1. het bezwaarschrift van bezwaarmaker 1 van 23 april 2026 tegen het besluit van 9 april 2026, waarin het dagelijks bestuur van waterschap Vechtstromen (hierna: het dagelijks bestuur) een omgevingsvergunning heeft verleend voor het uitvoeren van een wateractiviteit, bestaande uit het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied beheergebied Vechtstromen, ongegrond te verklaren;
  2. het bezwaarschrift van bezwaarmaker 2 van 4 mei 2026 tegen het besluit van 9 april 2026, waarin het dagelijks bestuur een omgevingsvergunning heeft verleend voor het uitvoeren van een wateractiviteit, bestaande uit het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied beheergebied Vechtstromen, niet-ontvankelijk te verklaren;
  3. het bezwaarschrift van gemachtigde, namens bezwaarmakers 3, van 5 mei 2026 tegen het besluit van 9 april 2026, waarin het dagelijks bestuur een omgevingsvergunning heeft verleend voor het uitvoeren van een wateractiviteit, bestaande uit het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied beheergebied Vechtstromen, ongegrond te verklaren;
  4. het bezwaarschrift van bezwaarmaker 4 van 11 mei 2026 tegen het besluit van 9 april 2026, waarin het dagelijks bestuur een omgevingsvergunning heeft verleend voor het uitvoeren van een wateractiviteit, bestaande uit het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied beheergebied Vechtstromen, niet ontvankelijk te verklaren;
  5. het bezwaarschrift van bezwaarmaker 5 van 12 mei 2026 tegen het besluit van 9 april 2026, waarin het dagelijks bestuur een omgevingsvergunning heeft verleend voor het uitvoeren van een wateractiviteit, bestaande uit het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied beheergebied Vechtstromen, ongegrond te verklaren;
  6. het besluit van 9 april 2026, waarin het dagelijks bestuur een omgevingsvergunning heeft verleend voor het uitvoeren van een wateractiviteit, bestaande uit het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied beheergebied Vechtstromen, in stand te laten onder aanvulling van de ontbrekende percelen en de motivering op basis van hydrologisch advies;
  7. het verzoek om een proceskostenvergoeding van gemachtigde namens bezwaarmakers 3 en van bezwaarmaker 5 af te wijzen.

Kernboodschap

Op 23 april 2026, 4, 5, 11 en 12 mei 2026 ontving het dagelijks bestuur vijf bezwaarschriften tegen de op 9 april 2026 verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een wateractiviteit, bestaande uit het aanleggen en in stand houden van drainagemiddelen in het beperkingengebied beheergebied Vechtstromen. Bezwaarmakers stellen kort gezegd dat onvoldoende rekening is gehouden met het beoogde gebruik van de drainage en de gevolgen daarvan voor de waterkwaliteit, waterhuishouding en grondwaterstand. Daarnaast achten zij de motivering en de voorschriften onvoldoende en voeren zij diverse procedurele en overige bezwaren aan, waaronder het ontbreken van afstemming met de gemeente, de uitvoering van de drainage en de gevolgde voorbereidingsprocedure.

De commissie adviseert om de motivering van het besluit aan te vullen met de feiten en omstandigheden die de conclusie over wateroverlast en waterschaarste onderbouwen. Daarnaast adviseert de commissie de ontbrekende perceelnummers in het besluit te herstellen.

Het besluit van 9 april 2026 wordt daarom, onder aanvulling van de ontbrekende perceelnummers en de hydrologische motivering, in stand gelaten.