Maand van de geschiedenis - Toen de beken van Hengelo nog stonken

Gepubliceerd op 7 oktober 2026

De maand van de geschiedenis. Een serie verhalen uit de geschiedenis van ons water. In dit verhaal vertellen we over de stinkbeken van Hengelo.

Wie nu langs de beken van Hengelo loopt, ziet groen, water en zelfs vissen en waterplanten. Dat was vroeger heel anders. De beken waren ooit onmisbaar voor de stad, maar werden ook gebruikt als riool en afvalwaterafvoer. Vooral de Berflobeek kreeg een slechte naam. De beek stond bekend als de ‘stinkbeek’.

Water bracht Hengelo tot leven, met iedere dag een andere kleur

Hengelo is ontstaan bij een waterrijke plek. Daar kwamen drie beken, de Berflobeek, Drienerbeek en de Elsbeek, bij elkaar en gaan samen verder als de Berflobeek. Water was belangrijk voor de groei van het dorp.

Dat veranderde in de negentiende eeuw. De industrie groeide snel. Textielfabrieken gebruikten het beekwater bij hun productie. In 1854 begon C.T. Stork bij de Berflobeek een textielververij. Later kwamen daar meer fabrieken bij.

Het water kreeg daardoor een heel andere rol. Fabrieken loosden afvalwater op de beken. Vooral de textielindustrie liet haar sporen na.

In een historisch project over de Hengelose beken wordt beschreven hoe garens en stoffen werden geverfd en vervolgens gespoeld. Het gebruikte water kwam in de beken terecht. Daardoor kon het water bijna iedere dag een andere kleur hebben.

Een beek als riool

Niet alleen de fabrieken zorgden voor vervuild water. Voordat er waterleiding was, gebruikten bewoners de beek voor drinken, wassen en baden. Maar ook als afvoer, afvalplek en het toilet werd rechtstreeks op de beek geleegd. Het was onderdeel van het dagelijks leven. De Berflobeek kreeg daarom de bijnaam ‘stinkbeek’.

Niet alleen stank, ook wateroverlast

De Hengelose beken hadden nog een ander probleem: ze konden flink buiten hun oevers treden. In februari 1946 ging het helemaal mis. Na dagenlange regen traden de Berflobeek en Drienerbeek buiten hun oevers. Onder meer bewoners van de Breemarsweg, Hegemansweg, Langelermaatweg en de Polswoningen kregen met het water te maken. Het water stroomde over straten en landerijen en kwam huizen binnen.

Hengelo kwam in die periode vrijwel tot stilstand. Wegen werden onbegaanbaar, fabrieken sloten en uiteindelijk viel zelfs de telefoon uit. De problemen waren dus groter dan alleen vieze beken. Hengelo had behoefte aan een andere inrichting van het watersysteem.

Water om de stad heen

Vanaf de jaren vijftig werd gewerkt aan een andere aanpak. Water dat Hengelo binnenstroomde, werd steeds meer om de stad heen geleid. In 1959 begon de aanleg van een omleiding die water buiten Hengelo moest afvoeren.

Later kwamen onder meer de Koppelleiding en Omloopleiding. Daarmee werd een groot deel van het water buiten de stad om geleid. De beken in de stad verloren daardoor een deel van hun oorspronkelijke functie.

Dat had ook een keerzijde. Sommige delen van de beken werden gedempt, overkluisd of verdwenen achter bebouwing en begroeiing. De oorspronkelijke beken raakten daardoor steeds minder zichtbaar in de stad.

Van stinkbeek naar stadsbeek

Wie vandaag door Hengelo loopt, ziet een heel ander beeld.

De gemeente Hengelo en waterschap Vechtstromen werken sinds 2015 samen aan de Hengelose beken. De Berflobeek, Drienerbeek en Elsbeek krijgen op verschillende plekken meer ruimte en worden opnieuw ingericht. Daarbij is aandacht voor waterafvoer, waterberging (vasthouden van water in bergingsgebieden), groen, verkoeling en natuur.

De geschiedenis van de Hengelose beken laat daarmee een bijzondere ontwikkeling zien. Dezelfde beken die ooit zorgden voor stank, vervuiling en wateroverlast, zijn nu weer zichtbaar in de stad.

Van afvalwater naar stadswater. Van stinkbeek naar beek die bij Hengelo hoort.